Het Amsterdams Kleinkunst Festival is opgericht in 1988 door artistiek leider Evert de Vries. Met als doelstellingen het onder de aandacht brengen van kleinkunst in de meest ruime zin van het woord met speerpunten als: Het eren van het verleden, het bekronen van het heden en het stimuleren van de toekomst.

het verleden

Dit heeft in de afgelopen negentien jaar geleid tot geweldige eerbetonen aan grote kleinkunstenaars als bijvoorbeeld Drs. P., Ramses Shaffy, Michel van der Plas, Harry Bannink, Wim Ibo, Jan Boerstoel, Jacques Brel, Eli Asser, Ivo de Wijs en vele, vele anderen. Niet altijd waren deze mensen bekend bij het grote publiek, maar kregen toch als tekstschrijver, componist of muzikant de aandacht die de artiest meer dan verdiende.

Jacques J. d'Ancona
Column van Jacques J. d'Ancona

het heden

In 1990 is er voor het eerst een gelegenheidsproductie gemaakt binnen het festival. Vaak is het thema van de (hierna) jaarlijkse producties een artiest en zijn of haar leven en de invloed op het vak of het leven in het algemeen. Het succesvol ontvangen debuutprogramma in 1990 ging over Frans Halsema. Vele producties volgden: 1992 Lurelei Nu, een programma over de invloedrijke cabaretgroep Lurelei. In datzelfde jaar Haal het doek maar op, een programma over het leven en werk van tekstschrijver Jacques van Tol;1993 Liedjes die niet mochten, een programma over censuur in het Nederlandse cabaret;1994 Wij zullen doorgaan, liedjes van Ramses Shaffy; 1995 100 jaar cabaret Een overzichtsprogramma van 100 jaar kleinkunstrepertoire; 1996 Ken Kan, een productie over het leven en de wereld van Wim Kan, in het seizoen 2005-2006 nogmaals herhaalt als vrije productie met (wederom) Rob van de Meeberg; 1997 Oh Johnny, over het leven van Johnny Jordaan (staat als speciale jubileumeditie gepland in het najaar van 2007); 1999, ’N Stukkieover Simon Carmiggelt; 2002 Het Schaep met de Vijf  Pooten, de productie over het café dat veranderde in een loungebar (meer dan 80 voostellingen gespeeld door het hele land); 2003, In de Schaduw van Brel, over het leven van Jacquel Brel, een met twee John Kraaykamp musical awards bekroonde voorstelling met oa Vera Mann en Rob van de Meeberg (meer dan 50 voorstellingen door Nederland).

De producties zijn ieder jaar weer een blikvanger voor het festival en worden met veel zorgvuldigheid en liefde voor het vak gemaakt. Ieder jaar slaagt Evert de Vries er weer in om een bijzondere editie op de planken te brengen. Ook in tijden van minder financiële ruimte wordt er naar een oplossing gezocht om toch minimaal twee weken een voorstelling te presenteren in Amsterdam tijdens de festival periode. De afgelopen twee jaar heeft dit geleidt tot zeer bijzondere producties van jonge, aanstormende theatermakers die aan de hand van een persoon of thema, onder begeleiding, zelfstandig een bijzondere productie in elkaar hebben gedraaid.

In 1991 heeft Evert de Vries een partner gevonden om jaarlijks een prijs uit te reiken aan het beste, mooiste, leukste of ontroerendste kleinkunstlied van het afgelopen theaterseizoen. Om deze prijs een naam te geven die de prijs eer aan doet, heeft hij Annie M.G. Schmidt gevraagd om haar naam aan deze prestigieuze prijs te geven, wat ze met veel plezier heeft gedaan. Jaarlijks wordt de Annie M.G. Schmidtprijs uitgereikt in samenwerking met Buma Cultuur, aan de artiest, tekstschrijver en componist van dit Nederlandstalige podiumlied dat in een theaterprogramma vertolkt is. Dat Annie M.G. Schmidt grote belangstelling en waardering had voor de prijs blijkt wel uit het feit dat in een jaar dat de jury geen ‘passende’ winnaar kon vinden, zij vond dat de prijs toch uitgereikt had moeten worden. Immers, er is altijd wel een mooiste  lied te vinden. Prijswinnaars zijn oa geweest: Harry Jekkers, Jan Boerstoel, Bram Vermeulen, Theo Nijland,  Martin van Dijk, Maarten van Roozendaal, Jeroen Zijlstra, Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten, RobertJan Stips en Freek de Jonge en in 2006 Jeroen van Merwijk.

de toekomst

Het jonge talent dat het Amsterdams Kleinkunst Festival scout heeft ondertussen een vaste plek verworven in de vele theaters in Nederland; heeft gekozen tot een andere wending naar het televisievak of heeft geheel een andere weg gekozen. De Vliegende Panters, Thomas Acda, Stef Bos, Maarten van Roozendaal, Droog Brood, Claudia de Brey, Richard Groenendijk, de Dames voor na Vieren, waren kandidaten die in 19 edities Concours om de Wim Sonneveldprijs bij het AKF zijn begonnen. Het Concours heeft zich in de loop der jaren stevig verankerd en is bekend om het broeinest van de Nederlandse kleinkunst en onderscheidt zich ten opzichte van andere, voornamelijk cabaretfestivals, door het bredere genre (kleinkunst tov cabaret), de intensieve begeleiding (alle halve finalisten werken gedurende de 2,5 maanden durende try-out tournee met een gerenommeerde, professionele coach, regisseur of tekstschrijver), de try-out tournee, finales en tot slot nog een week ‘naspelen’ in het theater waar het allemaal begon.
Het podium dat het AKF de kandidaten biedt, in samenwerking met de kleinere theaters in Nederland, is uniek in Nederland. Nergens anders krijgen de deelnemers zo de kans om zich te ontwikkelen, speelervaring op te doen en progressie te boeken. Dat is dan ook waarom er zich ieder jaar voor de (openbare) audities meer dan 70 kandidaten inschrijven om een kans te maken dit traject mee te maken.

Bij het vijftienjarige bestaan in 2002, heeft het Amsterdams Kleinkunst Festival het initiatief genomen tot een tekstschrijverwedstrijd, en deze vorm gegeven. Onder de titel “De avond van het nieuwe lied” Om ook aan jonge/nieuwe tekstschrijvers aandacht te besteden te stimuleren en een podium te bieden. Deze eerste editie hebben we in samenwerking gedaan met Het Parool het thema was: “Schrijf een nieuw lied voor Amsterdam”. Het aantal inzendingen was overweldigend en het werd een zeer succesvolle avond. De opzet van deze wedstrijd was,

Middels advertenties, scholen en theateropleidingen worden de mensen gevraagd een liedtekst, met een door ons op gegeven thema, te schrijven en in te sturen.
Uit alle inzendingen worden de twaalf beste teksten door een deskundige jury gekozen.
Het ‘winnen’ van deze wedstrijd betekent geselecteerd zijn. Er is dus niet één winnaar, maar er zijn er twaalf. De twaalf winnaars krijgen een workshop aangeboden om hun tekst onder leiding van George Groot nog eens kritisch tegen het licht te houden en deze waar nodig te kunnen perfectioneren. Deze teksten worden vervolgens door professionele componisten op muziek gezet, en door gerenommeerde artiesten uitgevoerd, begeleid door het orkest onder leiding van Martin van Dijk. Deze formule van de drietrapsraket schrijver / componist / artiest levert steeds unieke combinaties op.
Uit de vele inzendingen bleek wel dat er grote behoefte was aan dit podium, en wij organiseren deze avond nu voor de vijfde maal in samenwerking met Buma Cultuur.
De thema’s waren: ‘Amsterdam’, ‘Uitgaan’, ‘Levenslied’ en ‘Theater’. In 2006 was het thema ‘De liefde en andere relaties’ en wij konden ons deze maal verheugen op ruim 350 inzendingen.

De populariteit van het eigentijdse fenomeen Stand-Up Comedy is de laatste jaren bij het jongere publiek enorm toegenomen. Steeds meer kandidaten die zich bij ons inschreven voor het Concours om de Wim Sonneveld prijs, waren daar, bij deze veel meer theatrale gerichte kleinkunstvorm, niet op hun plek. Stand-up is een andere discipline, met een eigen sfeer, informeler in een kroegachtige entourage met kortere, snellere optredens en spanningsboog en verdient een eigen plek en aanpak.
In 2003 besloten we als eerste in Nederland een Stand-Up Comedy Concours te organiseren. Het was een succes, en een veel bredere groep jongeren was vertegenwoordigd en schreven zich in om te strijden om de hoofdprijs “De Zwarte Kat”. Deelnemers, publiek en pers reageerden enthousiast en het is inmiddels een fel begeerde prijs. Ook hier hebben we in de loop van de jaren het voor traject meer vakmatig aangepakt met uitgebreide voorrondes, workshops en begeleiding. Het is de afgelopen jaren gebleken dat zowel onder de deelnemers als het publiek de gehele multiculturele samenleving belangstelling in het stand-uppen toont, veel meer dan bij onze andere disciplines het geval is, wat wij als een zeer prettige bijkomstigheid ervaren.

In de jaren 2002 en 2003 organiseerde het Amstedams Kleinkunst Festival de avonden met als thema: de Gevaarlijke Gasten van ….., waarin een gerenommeerde artiest zijn vrienden uitnodigt om de grens op te zoeken tussen popmuziek en kleinkunst. Het bijzondere en gevaarlijke van deze avonden, moet liggen in de niet allerdaagse of obligate combinaties. Waarin popmuziek, kleinkunst, poëzie, rappers, tekstdichters, performers, en uitvoerders, met wel grote verwantschap, elkaar op één podium ontmoeten en de verschillende kunstvormen zich gaan vermengen.
Start punt is één centrale hoofdpersoon uit de pop wereld, aan wie we vragen een unieke avond samen te stellen met een aantal ongewone of niet voor de hand liggende collega’s uit andere en verschillende kunstdisciplines. In de afgelopen keren dat we deze avonden hebben kunnen realiseren  is het een happening geweest, bij zowel de uitnodigende Bob Fosko als RobertJan Stips stonden vele unieke collega’s op het podium, en leverde wonderlijke, onconventionele combinaties en kruisbestuivingen op. Helaas heeft deze bijzondere productie geen voortgang kunnen vinden in de daarop volgende jaren wegens een beperkt financieel budget.